Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
22 december 2017 (de bestreden besluiten).
Overwegingen
De rechtbank is van oordeel dat verweerder, uitgaande van de wel beschikbare informatie, zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser 2 en eiseres hun identiteit en gestelde pleegkindrelatie met referente niet aannemelijk hebben gemaakt. Verweerder heeft hierbij terecht overwogen dat de overgelegde doopaktes als bewijsmiddel onbruikbaar zijn, nu in beide doopaktes een wijziging is aangebracht in de naam van de grootvader. Verweerder heeft hierbij verwezen naar de verklaring van onderzoek door Bureau Documenten van 27 oktober 2017. Daardoor kan niet worden vastgesteld of de doopaktes naar waarheid zijn ingevuld, gestempeld en afgegeven en of de documenten inhoudelijk juist zijn. Door de wijzigingen is juist twijfel ontstaan.