Uitspraak
Rechtbank Den Haag
zaaknummer: 7433163/18-50697
datum beschikking: 25 februari 2019
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.E. de Blécourt,
HAAKLINK B.V.,gevestigd te Leidschendam-Voorburg,
verweerster,
Rechtbank Den Haag
De werknemer is sinds 1 december 2003 in dienst bij Haaklink BV en ontving een bruto maandsalaris van € 2.069,91. Vanaf mei 2017 betaalde de werkgever het salaris niet of te laat, en sinds augustus 2018 werd vrijwel geen salaris meer betaald, ondanks sommatiebrieven en een kort geding waarin de werkgever werd veroordeeld tot betaling tot oktober 2018.
De werknemer meldde zich ziek in augustus 2018 en heeft meerdere pogingen gedaan om mediation te starten, die pas laat werd voorgesteld door de werkgever. De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, toekenning van transitievergoeding, billijke vergoeding, betaling van achterstallig loon inclusief wettelijke verhoging en rente, en andere gerelateerde verzoeken.
De kantonrechter oordeelde dat het niet betalen van loon een ernstig verwijtbaar handelen is en dat de arbeidsovereenkomst daarom per 1 maart 2019 ontbonden wordt. De transitievergoeding van € 13.034,70 bruto wordt toegewezen. De billijke vergoeding wordt afgewezen vanwege de slechte financiële positie van de werkgever en het feit dat de werknemer niet kansloos is op de arbeidsmarkt. Verder wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van het achterstallige salaris, loonsverhoging, vakantiegeld, niet-opgenomen vakantie-uren en het afgeven van een getuigschrift. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 maart 2019 met toekenning van transitievergoeding en achterstallig salaris, billijke vergoeding afgewezen.