ECLI:NL:RBDHA:2019:1690
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een alleenstaande man van Algerijnse nationaliteit, diende op 16 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, besloot op 3 december 2018 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening. Nederland had een verzoek tot overname bij Italië ingediend.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer zou gelden. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië nog steeds geldt.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijke rapport van de Danish Refugee Council en de Swiss Refugee Council geen wezenlijk ander beeld gaf. Bovendien was niet aangetoond dat eiser een kwetsbaar persoon is die aanvullende garanties vereist. Daarom was er geen reden voor verweerder om de behandeling van de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.