ECLI:NL:RBDHA:2019:1819
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep asielaanvraag op grond van Dublinverordening en minderjarigheid
Eiser, een Nigeriaanse burger, heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. De Italiaanse autoriteiten hebben later ingestemd met de overname van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat er onzorgvuldig met zijn aanmeldgehoor was omgegaan doordat een niet-registertolk werd ingezet. De rechtbank oordeelde dat dit geoorloofd was, omdat er geen registertolk beschikbaar was voor de specifieke taal en eiser geen communicatieproblemen had gemeld. Daarnaast stelde eiser minderjarig te zijn, maar kon dit niet aannemelijk maken; de geboortedatum van Italië werd als juist beschouwd en onafhankelijke leeftijdsschouwen bevestigden meerderjarigheid.
Verder stelde eiser dat het ‘Salvini-decreet’ in Italië een verslechtering van zijn rechtspositie betekende, waardoor het vertrouwensbeginsel niet langer zou gelden. De rechtbank volgde dit niet, omdat eiser geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro kon aantonen en de opvangmogelijkheden voor hem niet waren verslechterd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.