ECLI:NL:RBDHA:2019:1835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in Nederland in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
Eiser betoogde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden vanwege zijn kwetsbaarheid als homoseksuele Afrikaan en de situatie in Italië, waar hij volgens hem niet adequaat beschermd zou worden. Hij verwees naar diverse rapporten en uitspraken die de situatie van asielzoekers in Italië kritisch beschrijven.
De rechtbank overwoog dat hoewel er tekortkomingen zijn in de situatie van asielzoekers in Italië, deze niet zodanig zijn dat overdracht aan Italië automatisch leidt tot een schending van fundamentele rechten. De rechtbank volgde de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vond onvoldoende bewijs dat eiser persoonlijk een kwetsbare positie heeft die een uitzondering rechtvaardigt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd verwezen naar de mogelijkheden om in Italië klachten in te dienen mocht hij discriminatie ondervinden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.