ECLI:NL:RBDHA:2019:1999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek minderjarige uit Albanië wegens veilig land van herkomst
Eiser, een minderjarige met de Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling door zijn vader in Albanië. De Staatssecretaris wees het verzoek af omdat Albanië als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen bescherming kon krijgen van de autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat het algemene rechtsvermoeden geldt dat Albanië veilig is en dat eiser niet kon aantonen dat zijn persoonlijke situatie daaraan afwijkt. Hoewel mishandeling een ernstig probleem is, is het een privékwestie waartegen bescherming kan worden gezocht. Eiser had niet voldoende bewijs geleverd dat hij hulp van de autoriteiten had gezocht of dat deze niet beschikbaar was.
De rechtbank verwierp de stelling dat de bewijslast omgekeerd moest worden en dat nader onderzoek nodig was naar de situatie van slachtoffers van huiselijk geweld in Albanië. Ook de verwijzingen naar rapporten van de Raad van Europa en de EU konden het oordeel niet wijzigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de afwijzing van de verblijfsvergunning in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige asielzoeker uit Albanië wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen.