ECLI:NL:RBDHA:2019:2021
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige buitengebruikstelling van bedrijfsauto wegens openstaande boetes werknemer
Eiser, eigenaar van een bedrijfsauto die door zijn werkneemster werd bestuurd, vordert in kort geding de onrechtmatigheid van de buitengebruikstelling van zijn auto wegens openstaande boetes van de werkneemster. De werkneemster reed de auto om een spoedbestelling te bezorgen en moest deze daarna direct teruggeven, waardoor zij niet vrij over het voertuig kon beschikken zoals vereist onder artikel 28b WAHV.
De voorzieningenrechter bevestigt dat buitengebruikstelling alleen is toegestaan als degene aan wie de boete is opgelegd over het voertuig 'vermag te beschikken', wat inhoudt dat er sprake moet zijn van een zekere vrijheid van gebruik naar eigen inzicht. In dit geval was die vrijheid er niet, omdat de werkneemster de auto slechts tijdelijk en onder instructie gebruikte.
Desondanks wijst de voorzieningenrechter de vorderingen af omdat een kort geding niet geschikt is voor het geven van een verklaring voor recht of het toekennen van schadevergoeding zonder concrete onderbouwing. Bovendien was geen spoedeisend belang aangetoond voor een voorschot op schadevergoeding. De auto teruggeven zonder kosten te betalen was niet gevorderd. Elke partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter oordeelt dat de buitengebruikstelling onrechtmatig was, maar wijst de vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing en spoedeisendheid.