ECLI:NL:RBDHA:2019:2266
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 22 februari 2019 in Middelburg.
De kern van het geschil was of de staatssecretaris de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag aan zich had moeten trekken, ondanks de Dublinverordening. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege problemen in het Italiaanse opvangsysteem, onderbouwd met een rapport van de Danish Refugee Council en de Swiss Refugee Council.
De rechtbank oordeelde dat het rapport betrekking heeft op bijzonder kwetsbare asielzoekers, terwijl eiser meerderjarig is en geen bijzondere kwetsbaarheid heeft aangetoond. Ook de stelling dat eiser problemen heeft met de Italiaanse maffia is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank bevestigde dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië blijft hanteren.
Gelet op het claimakkoord wordt aangenomen dat eiser bij overdracht aan Italië zal worden opgevangen. Eventuele problemen in Italië dienen bij Italiaanse autoriteiten te worden aangekaart. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.