ECLI:NL:RVS:2019:130
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 7 november 2018 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging tegen dit vonnis in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep gegrond was en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens toetste zij het besluit van 7 november 2018 aan de beroepsgronden.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris de asielaanvraag krachtens artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege ontoereikende opvang en zorg in Italië, en dat hij als kwetsbare asielzoeker medische zorg nodig had. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitging en dat de situatie in Italië, hoewel zorgelijk, geen systematische tekortkomingen vertoonde die toepassing van artikel 17 rechtvaardigden Pro.
Ook achtte de Afdeling het aannemelijk dat de vreemdeling in Italië adequate medische zorg kan ontvangen en dat de Italiaanse autoriteiten geïnformeerd zullen worden over zijn medische situatie. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte wees de Afdeling een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.