ECLI:NL:RBDHA:2019:2633
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond en gevolgen schorsende werking beroep
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 28 december 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 17 januari 2019 af als kennelijk ongegrond. Dit besluit geldt tevens als een terugkeerbesluit.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Volgens de wet leidt het instellen van beroep tegen een afwijzing als kennelijk ongegrond niet automatisch tot opschorting van het besluit en de vertrekplicht. Eiser verwees echter terecht naar het arrest Gnandi, waarin werd vastgesteld dat het beroep schorsende werking behoort te hebben. De verweerder had dit in het bestreden besluit moeten meenemen, maar heeft dit nagelaten, wat een procedureel gebrek oplevert.
De rechtbank passeert dit gebrek omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad: hij is niet uitgezet en de opvang is voortgezet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelt de verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €512.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.