Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 maart 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
margin of appreciation), zodat de rechtbank een terughoudende toets moet aanleggen.
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in Nederland met de Marokkaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is ingetrokken wegens gevaar voor de openbare orde. Hij verzocht om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar dit werd afgewezen en een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat er een verblijfsgat was tussen 9 en 16 mei 2013, waardoor het rechtmatig verblijf niet ononderbroken was. Verweerder heeft terecht de glijdende schaal toegepast voor de intrekking op grond van de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit. Tevens is het openbare-ordecriterium correct toegepast, waarbij het strafrechtelijke verleden van eiser met meerdere veroordelingen en een hoog recidiverisico zwaar weegt.
Eiser voerde aan dat zijn gedragsproblemen voortkomen uit een posttraumatische stressstoornis en dat er perspectief is op gedragsverbetering, maar de rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd. De belangenafweging volgens het EVRM leidt tot de conclusie dat de inmenging in het privéleven van eiser gerechtvaardigd is gezien het belang van de Nederlandse Staat bij bescherming van de openbare orde.
De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de vereiste ononderbroken verblijfsduur. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod van tien jaar blijven gehandhaafd.