ECLI:NL:RBDHA:2019:2855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk gemaakte gezinsband
Eiser, een Eritrese nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis heeft afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij met de vermeende echtgenote is gehuwd. De overgelegde huwelijksakte is door Bureau Documenten als met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vals beoordeeld. Een door eiser overgelegde fase 1 contra-expertise is onvoldoende, omdat nader onderzoek (fase 2) noodzakelijk is en niet is uitgevoerd.
Daarnaast zijn er tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser en de vermeende echtgenote over essentiële elementen van hun relatie, zoals de huwelijksdag, het samenwonen en de eerste ontmoeting. Deze tegenstrijdigheden maken de gezinsband niet aannemelijk.
De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de vereisten voor afgifte van een mvv in het kader van nareis en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gezinsband niet aannemelijk is gemaakt en de huwelijksakte vals is bevonden.