ECLI:NL:RBDHA:2019:2888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord bij fictieve weigering schuldeiser onvindbaar
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden waarbij schuldeisers 1,3% van hun vordering ontvangen tegen finale kwijting. De schuldeiser verweerder, met een vordering van 47,3% van de totale schuld, heeft niet gereageerd en is onvindbaar. De rechtbank weegt het belang van verweerder tegen dat van verzoekster en de andere schuldeisers en concludeert dat verweerder in redelijkheid niet tot weigering kon komen. Het aanbod is het maximaal haalbare gezien het inkomen van verzoekster uit een Wajong-uitkering en de prognose van haar arbeidsvermogen.
De rechtbank gaat uit van een fictieve weigering vanwege het ontbreken van reactie en het onvindbaar zijn van verweerder. De belangen van verzoekster en andere schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van verweerder bij volledige betaling. Daarom wordt verweerder bevolen in te stemmen met het dwangakkoord. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schuldsaneringsregeling omdat zij geen belang meer heeft.
De uitspraak is gedaan na een zitting waarbij verzoekster en haar schuldhulpverlener zijn gehoord, maar verweerder niet is verschenen. De rechtbank baseert zich op de feiten, de financiële situatie van verzoekster, en de juridische criteria voor dwangakkoord onder artikel 287a Faillissementswet.
Uitkomst: Verweerder wordt bevolen in te stemmen met het dwangakkoord; verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schuldsaneringsregeling.