ECLI:NL:RBDHA:2019:3122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 25 november 2018 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser in maart 2017 al een verzoek om internationale bescherming in Italië had ingediend. Verweerder verzocht Italië om terugname, wat werd bevestigd via een claimakkoord.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, mede gebaseerd op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is geen sprake van een zodanige verslechtering van de opvangomstandigheden dat overdracht aan Italië een risico inhoudt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
Eiser stelde dat hij als kwetsbaar persoon bescherming behoeft vanwege zijn medewerking aan strafrechtelijke vervolging van mensensmokkelaars, maar maakte niet aannemelijk dat hij in Italië geen bescherming kan krijgen. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor opschorting van de overdracht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.