ECLI:NL:RVS:2019:277
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 8 november 2018 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens toetste de Afdeling het besluit van de staatssecretaris aan de in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden.
De vreemdeling stelde dat er sprake was van systeemgerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Italië, waardoor het besluit onjuist was. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris dit standpunt voldoende had gemotiveerd en dat de rechter een volledige toetsing toepast op de vraag of overdracht aan Italië leidt tot onmenselijke of vernederende behandeling.
Daarnaast concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten onrechte was toegepast. De aangevoerde rapporten en artikelen gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.