ECLI:NL:RBDHA:2019:3408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Roemenië
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 15 februari 2019 een asielaanvraag in in Nederland. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser reeds op 7 juli 2017 internationale bescherming had gekregen in Roemenië.
Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat hij in Roemenië geen asielprocedure had doorlopen, zijn rechten niet werden gerespecteerd en de opvang mensonterend was. Hij stelde ook dat hij geen toegang had tot rechtshulp of medische zorg en dat klagers werden gestraft.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van de Eurodac-gegevens en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze onjuist waren. De rechtbank vond dat eiser een redelijke band met Roemenië had en dat het vertrouwen in de naleving van internationale verplichtingen door Roemenië op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel gerechtvaardigd was.
Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat terugkeer naar Roemenië in zijn situatie onredelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.