ECLI:NL:RBDHA:2019:3654
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiser, een Ghanese asielzoeker, diende op 14 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser daar op 8 mei 2017 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Eiser betoogde dat vanwege systematische tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen, zoals beschreven in diverse rapporten en het Salvini-decreet, het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing zou zijn. Tevens stelde hij dat hij een kwetsbare persoon is en daarom aanvullende garanties nodig zijn.
De rechtbank overwoog dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk had geoordeeld dat ondanks het Salvini-decreet het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt ten aanzien van Italië. Het aangevoerde gezamenlijke rapport van de DRC en SFH bood geen wezenlijk ander beeld. Bovendien was niet aangetoond dat eiser een kwetsbare persoon is. De enkele verwijzing naar eerdere uitspraken was onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank concludeerde dat er geen reden was voor de staatssecretaris om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.