ECLI:NL:RBDHA:2019:405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en situatie Italië
Eiser, een Togolese nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 4 augustus 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser betwist dit en stelt dat Nederland verantwoordelijk is omdat hij het grondgebied van de lidstaten langer dan drie maanden heeft verlaten. Daarnaast voert hij aan dat de situatie in Italië door een wetsdecreet en tekortkomingen in opvang en asielprocedure zodanig is verslechterd dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet langer geldt.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het grondgebied langer dan drie maanden heeft verlaten, mede omdat de Italiaanse autoriteiten het claimverzoek hebben goedgekeurd. De rechtbank bevestigt de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 19 december 2018 dat het wetsdecreet en de situatie in Italië geen zodanige verslechtering veroorzaken dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. De door eiser aangevoerde aanvullende rapporten en artikelen bevatten geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel leiden.
Verder overweegt de rechtbank dat eventuele klachten over schending van artikel 3 EVRM Pro met betrekking tot de opvang en procedure in Italië bij de Italiaanse autoriteiten moeten worden ingediend, tenzij er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen, wat niet is aangetoond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.