Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
[naam 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een burger van Tadzjikistan, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Polen is aangesloten bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij er sprake is van systematische tekortkomingen in de Poolse asielprocedure. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dergelijke tekortkomingen bestaan, ondanks het bestaan van een artikel 7-procedure tegen Polen.
Daarnaast faalt het beroep op het risico van indirect refoulement en de vrees voor vreemdelingendetentie in Polen, omdat eiseres geen concrete aanwijzingen heeft geleverd. Ook het beroep op het recht op gezinsleven wordt verworpen wegens onbekendheid over verblijfplaats en status van de echtgenoot.
Ten slotte is de stelling dat medische zorg in Polen onvoldoende is niet onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Polen onder de Dublinverordening.