ECLI:NL:RVS:2019:282
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ontvankelijkheid asielaanvraag na aanvang artikel 7-procedure tegen lidstaat
De vreemdeling, met de Poolse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op mishandeling en bedreigingen in Polen. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het Protocol inzake asiel voor EU-onderdanen, dat lidstaten toestaat asielaanvragen van EU-burgers niet-ontvankelijk te verklaren, ook na aanvang van een artikel 7-procedure tegen de lidstaat.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de artikel 7-procedure niet tot ontvankelijkheid leidde. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het Protocol beoordelingsruimte biedt om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren zolang de Raad nog geen besluit heeft genomen in de artikel 7-procedure.
De Raad van State bevestigt dat het Protocol lidstaten deze beoordelingsruimte geeft en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer wordt doorbroken door de aanvang van een artikel 7-procedure. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij te kort was gehoord. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalt dat het besluit van 9 juli 2018 volledig in stand blijft.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 9 juli 2018 blijven volledig in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.