ECLI:NL:RBDHA:2019:5223
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft op 27 december 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Nederland stelde vast dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, omdat eiser daar eerder op 26 januari 2017 internationale bescherming heeft gevraagd. Nederland heeft daarom de aanvraag niet in behandeling genomen en een verzoek tot overname aan Italië gedaan, dat door Italië is aanvaard.
Eiser betwist dit en stelt dat Italië zijn aanvraag twee keer heeft afgewezen, hij geen middelen heeft voor rechtsbijstand en op straat leefde. Hij voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden voor Italië vanwege tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat Italië nog steeds als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangemerkt. Het beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.