ECLI:NL:RBDHA:2019:5236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen en motiveringsgebrek
Eiser, houder van de Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf bij zijn familie in Nederland. De aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond van het middelenvereiste, omdat de referent, eiser's echtgenote, niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan zou beschikken. Verweerder stelde dat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, ondanks haar Wajong-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke omstandigheden van de referent, die volgens het UWV geen theoretische verdiencapaciteit heeft en volledig arbeidsongeschikt is. Verweerder had nader onderzoek moeten verrichten en informatie bij het UWV moeten inwinnen alvorens een besluit te nemen over een mogelijke afwijking van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
Daarnaast bevatte het bestreden besluit een motiveringsgebrek doordat verweerder in het besluit een ander standpunt innam over de toepassing van Besluit 1/80 dan in het verweerschrift, zonder dit voldoende te onderbouwen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.