ECLI:NL:RBDHA:2019:6208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel bewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 2 maart 2019 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 14 mei 2019 opgeheven, waarna de rechtbank het onderzoek ter zitting hervatte.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Uit een eerdere uitspraak bleek dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De discussie richtte zich daarom op de periode daarna.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Iran, mede vanwege moeizame samenwerking met de Iraanse autoriteiten en het ontbreken van een mogelijkheid tot gedwongen terugkeer. De rechtbank oordeelde echter dat uit de feiten en stukken niet bleek dat het zicht op uitzetting ontbrak, mede omdat een laissez-passer wordt verstrekt indien eiser verklaart vrijwillig terug te keren. De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.