ECLI:NL:RVS:2008:BF0502
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting Iraanse vreemdeling in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij Nederland niet binnen de gestelde vertrektermijn heeft verlaten, terwijl hij hiertoe verplicht is. De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting niet ontbreekt, ondanks dat de vreemdeling niet vrijwillig wenst terug te keren en niet over documenten beschikt.
De vreemdeling voerde aan dat de Iraanse ambassade geen laissez-passers verstrekt bij gedwongen terugkeer en dat hij niet in staat is documenten te verkrijgen, waardoor zicht op uitzetting ontbreekt. De staatssecretaris stelde echter dat de ambassade laissez-passers verstrekt aan gedocumenteerde vreemdelingen die bereid zijn vrijwillig terug te keren en dat het afleggen van een dergelijke verklaring niet verder gaat dan de vertrekplicht.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling geen controleerbare inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die hem daartoe verhinderen. De vrijheidsontnemende maatregel is ook gerechtvaardigd om de uitzetting te waarborgen, ook bij onvoldoende medewerking. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat zicht op uitzetting niet ontbreekt en wijst het hoger beroep af.