ECLI:NL:RVS:2009:BJ1600
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Geen bewaring zonder uitzicht op uitzetting van Somalische vreemdeling
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de bewaring van een Somalische vreemdeling heeft opgeheven wegens het ontbreken van uitzicht op uitzetting.
De staatssecretaris voerde aan dat bewaring ook kan dienen om naleving van de vertrekplicht af te dwingen en dat terugkeer naar Somalië mogelijk is via vrijwillige medewerking, ondersteund door luchtvaartverbindingen. De rechtbank had echter geoordeeld dat uitzetting, als gedwongen verwijdering met dwang, niet mogelijk is omdat de staatssecretaris geen dwang kan uitoefenen op de vreemdeling die niet vrijwillig wil terugkeren.
De Raad van State bevestigt dat artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vereist dat bewaring gericht moet zijn op uitzetting, waarbij dwang een essentieel element is. Omdat deze dwang ontbreekt bij Somalische vreemdelingen die niet vrijwillig terugkeren, is het opleggen van bewaring niet toegestaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Bewaring van de Somalische vreemdeling is onrechtmatig wegens ontbreken van zicht op uitzetting met dwang.