ECLI:NL:RBDHA:2019:6479
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar visum kort verblijf afgewezen
Eiser, een Gambiaanse nationaliteithebbende, verzocht om een visum voor kort verblijf via zijn echtgenote, die de aanvraag namens hem indiende. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van de Visumcode. Het daaropvolgende bezwaar, ingediend door de echtgenote, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen de aanvrager zelf bezwaar kan maken of gemachtigd moet zijn.
Eiser werd in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen door aan te tonen dat zijn echtgenote gemachtigd was om bezwaar te maken, maar maakte hier geen gebruik van. Hoewel eiser stelde de herstelverzuimbrief niet te hebben ontvangen, oordeelde de rechtbank dat de brief op juiste wijze was verzonden via het verzendhuis naar het opgegeven adres.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de visumweigering wordt ongegrond verklaard.