ECLI:NL:RBDHA:2019:6671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opvolgende asielaanvraag en rechtsgevolgen terugkeerbesluit na arrest Gnandi
Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en een terugkeerbesluit was genomen. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen.
Eiser betoogde dat nieuwe bewijsstukken, waaronder een brief van zijn vader en verklaringen over traumatische gebeurtenissen, wel degelijk nieuwe elementen vormden. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende objectief waren en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt waarom hij deze elementen niet eerder kon aanvoeren.
Daarnaast behandelde de rechtbank het arrest Gnandi, waarin is bepaald dat beroep tegen een terugkeerbesluit van rechtswege schorsende werking heeft. De rechtbank oordeelde dat dit arrest niet van toepassing is op de situatie van een opvolgende asielaanvraag zonder nieuw terugkeerbesluit, waarbij de terugkeerprocedure wordt hervat in het stadium waarin zij was onderbroken.
De rechtbank concludeerde dat de schorsing van rechtswege ten tijde van het bestreden besluit was uitgewerkt en niet opnieuw herleeft, waardoor eiser een voorlopige voorziening moet aanvragen om het beroep in Nederland af te wachten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.