Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2019 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
4.1.1 Camper
Rechtbank Den Haag
Eiseres, hoofd van de Nederlandse tak van een multi-level-marketingorganisatie, ontving commissie over verkopen van sub-distributeurs. De Belastingdienst legde aanslagen IB/PVV en ZVW op voor de jaren 2010, 2012-2015, waarbij de commissie werd belast. Eiseres voerde aan dat de commissie speculatief was en beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege de aanslag 2011.
De rechtbank stelde vast dat de commissie een objectieve voordeelsverwachting vertegenwoordigt, gelet op de positieve resultaten sinds 2008 en de aard van het netwerk. De correcties van de Belastingdienst met betrekking tot camper, voorraad, privégebruik leaseauto en zelfstandigenaftrek werden grotendeels aanvaard. De navorderingsaanslag 2012 werd echter verminderd wegens een overnamefout in de omzetcorrectie.
Verder oordeelde de rechtbank dat sprake was van overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase, waardoor eiseres recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €3.500. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag IB/PVV 2012 wordt verminderd en de overige beroepen worden ongegrond verklaard; eiseres ontvangt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.