ECLI:NL:RBDHA:2019:7230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelt dat hij slachtoffer is van mensenhandel en dat hij hiervan aangifte wil doen, waardoor de behandeling niet had mogen worden geweigerd. De rechtbank stelt echter vast dat eiser nog geen aangifte heeft gedaan en dat een eventuele aangifte niet leidt tot een asielvergunning, maar tot een humanitaire verblijfsvergunning die pas kan worden verleend nadat aangifte is gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan het besluit mocht nemen zonder het gesprek met de politie of aangifte af te wachten. Daarnaast wijst eiser op de slechte opvangvoorzieningen in Italië en vraagt hij om aanhouding van de procedure in afwachting van een UNHCR-rapport. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië blijft gelden en ziet geen reden om hiervan af te wijken.
Verweerder mocht zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel beroepen en de overdracht aan Italië is niet onredelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Kroon op 12 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.