ECLI:NL:RBDHA:2019:7234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering van vergrijpboetes wegens overschrijding redelijke termijn in inkeerregeling belastingzaken
Eiseres heeft jarenlang onjuiste aangiften gedaan door buitenlandse spaartegoeden niet aan te geven en is in 2016 overgegaan tot vrijwillige inkeer. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op, die eiseres betwistte met beroep bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat eiseres bewust onjuiste aangiften heeft gedaan en dat de boetes van 60% passend zijn, maar matigt deze vanwege overschrijding van de redelijke termijn met 5%. Persoonlijke omstandigheden zoals dementie en beschermd wonen leiden niet tot vernietiging of verdere matiging van de boetes.
De rechtbank wijst een immateriële schadevergoeding af omdat het beroep alleen tegen de boetes is gericht en niet tegen de navorderingsaanslagen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraken op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de opgelegde vergrijpboetes wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de Belastingdienst in proceskosten.