ECLI:NL:RBDHA:2019:7359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek renovatiekosten monumentenpanden in inkomstenbelasting 2012 en 2013
Eiser heeft voor de jaren 2012 en 2013 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen waarbij renovatiekosten van monumentenpanden deels niet in aftrek zijn toegelaten. De panden zijn rijksmonumenten en eiser heeft onderhoudskosten opgevoerd die volgens hem noodzakelijk waren voor herstel van de oorspronkelijke staat.
De rechtbank beoordeelt de aard van de kosten en stelt vast dat alleen kosten die ertoe strekken het pand in de staat bij aanvang van de werkzaamheden te herstellen aftrekbaar zijn. Diverse kostenposten, zoals het volledig strippen van het pand, verplaatsing van de voordeur, vervanging van de trap en aanpassingen aan elektra, worden aangemerkt als verbeteringen of persoonlijke voorkeuren en niet als aftrekbare onderhoudskosten.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de niet toegelaten kosten noodzakelijk onderhoud betreffen. Wel wordt erkend dat een bedrag van € 683 aan boilerkosten ten onrechte niet is afgetrokken, waardoor het beroep over 2012 gegrond is. Voor 2013 wordt het beroep ongegrond verklaard.
De belastingrente wordt naar rato aangepast en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank wijst een verzoek om integrale kostenvergoeding af omdat geen verwijtbaar handelen van verweerder is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep over 2012 wordt gegrond verklaard met vermindering van de aanslag en belastingrente, het beroep over 2013 wordt ongegrond verklaard.