ECLI:NL:RBDHA:2019:742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens polygamie bij nareis
Eisers, zonen uit het eerste huwelijk van de referent, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd afgewezen omdat de referent niet aannemelijk had gemaakt dat zijn huwelijk met de moeder van eisers was ontbonden, waardoor sprake was van een polygame situatie.
Eisers stelden dat zij inmiddels een echtscheidingsdocument uit Syrië hadden ontvangen en dat het contact met hun moeder sinds 2011 was verbroken. Zij beroepen zich op het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de echtscheidingsakte onvoldoende betrouwbaar was en dat verweerder terecht had geoordeeld dat sprake was van polygamie.
De rechtbank verwierp ook de beroepen op artikel 8 EVRM Pro en het IVRK, omdat bij nareis geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro plaatsvindt en verweerder voldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen. Ook het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn slaagde niet, omdat de nationale regelgeving de beleidsvrijheid van de overheid weerspiegelt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens polygamie wordt ongegrond verklaard.