ECLI:NL:RBDHA:2019:7448
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning transitievergoeding
De werkgever heeft bij de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij herplaatsing niet mogelijk is. De werknemer erkende deze verstoring en stemde in met het ontbindingsverzoek.
De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van een redelijke grond voor ontbinding conform artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW. Partijen waren het eens over een opzegtermijn van vier maanden, met aftrek van de proceduretijd, en over de toekenning van een transitievergoeding van €25.000 bruto plus vakantiegeld. De werknemer werd per direct vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van vakantiesaldo.
De kantonrechter wees het verzoek toe, bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De werkgever maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot intrekking van het verzoek.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2019 met toekenning van een transitievergoeding van €25.000 aan de werknemer.