ECLI:NL:RBDHA:2019:7523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit en sinds 1989 in Nederland verblijvend, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken vanwege meerdere veroordelingen die een gevaar voor de openbare orde vormen. Verweerder handhaafde dit besluit en legde een inreisverbod van tien jaar op. Eiser voerde aan dat het besluit onterecht was vanwege een motiveringsgebrek, schending van artikel 8 EVRM Pro en het niet horen in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de verblijfsvergunning terecht was op grond van de glijdende schaal uit het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat het unierechtelijke criterium van een daadwerkelijke, actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde van toepassing was. De belangenafweging tussen het familieleven en het algemene belang werd als fair beschouwd, waarbij eiser onvoldoende bijzondere afhankelijkheidsrelaties aantoonde en zijn recidivegevaar niet was weggenomen.
Ook het beroep op schending van de hoorplicht faalde, omdat eiser zijn positieve gedragsveranderingen pas in de beroepsfase aanvoerde en niet in bezwaar. De rechtbank bevestigde dat het opleggen van het inreisverbod rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 5 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en het tienjarige inreisverbod blijven in stand.