Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[gedaagde sub 2], te [plaats 3] , Verenigd Koninkrijk ,
[gedaagde sub 3], te [plaats 3] , Verenigd Koninkrijk ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 december 2018, met producties;
- de akte overlegging aanvullende producties van [B.V. I] , met één productie;
- de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties;
- de conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident tevens houdende (voorwaardelijk) verzoek tot comparitie in het onbevoegdheidsincident en het geding in
2.De beoordeling in het incident
primair:€ 501.402,35 te vermeerderen met 5% rente (per jaar) over het vaste bedrag van € 700.000, te rekenen vanaf 1 januari 2012 tot aan de dag waarop € 500.000 of meer is betaald, waarna de wettelijke handelsrente over het resterende bedrag betaalbaar zal zijn, te berekenen van de dag waarop € 500.000 of meer is betaald tot de dag van algehele betaling; en
€ 705.000 hebben [B.V. I] en [Partnership] op 6 februari 2012 schriftelijke betalingsafspraken gemaakt.