Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Aanleiding en onderbouwing besluit tot ongewenstverklaring
Gebrek in het bestreden besluit
De rechtbank constateert dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek heeft en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is genomen. De beroepsgrond van eiser hierover slaagt. De rechtbank passeert dit gebrek niet met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb. Toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb is mogelijk indien aannemelijk is dat de belanghebbende door het gebrek in het bestreden besluit niet is benadeeld. Een gebrek dat herstel behoeft, leent zich in beginsel niet voor toepassing van deze bepaling. In gevallen waarin van het bestuursorgaan een bepaalde actie is vereist om het gebrek weg te nemen, kan er immers niet zonder meer van worden uitgegaan dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld. [3] De rechtbank heeft verweerder voorafgaand aan de zitting gevraagd om opheldering over verweerders motivering en over de vraag of verweerder nu het Unierechtelijk of het nationaal rechtelijk openbare orde-criterium had bedoeld te hanteren. Daarop heeft verweerder in een aanvullende motivering aan de hand van het kader van het arrest van 2 mei 2018 beoordeeld of het persoonlijk gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. Gelet op deze omstandigheden kan er niet van uit worden gegaan dat eiser door het gebrek niet is benadeeld, ook al zijn de wederzijdse standpunten alsnog ter zitting gewisseld. Omdat de beroepsgrond slaagt en de rechtbank het gebrek niet passeert, is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank onderzoekt of er mogelijkheden zijn tot finalisering.