ECLI:NL:RVS:2018:694
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging peilbesluit Maarsseveen-Westbroek wegens onvoldoende motivering, rechtsgevolgen blijven in stand
Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Amstel, Gooi en Vecht stelde op 17 december 2015 het Watergebiedsplan Noorderpark vast, inclusief een flexibel peilbesluit voor de polder Maarsseveen-Westbroek (peilvak 62-23). [Appellant], eigenaar van agrarische percelen in dit gebied, voerde bezwaar aan tegen het peilbesluit vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor zijn agrarische bedrijfsvoering.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name over de vergelijkbaarheid van de drooglegging van de percelen van [appellant] met die van andere percelen en de gehanteerde berekeningsmethode. Dit is in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb.
Desondanks laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het algemeen bestuur voldoende beoordelingsruimte had en passende maatregelen heeft getroffen om agrarisch gebruik te waarborgen. Tevens is er een mogelijkheid tot schadevergoeding. Het algemeen bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan [appellant].
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het flexibel peil voor peilvak 62-23 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.