Eisers hebben asielaanvragen ingediend die op 20 oktober 2016 zijn afgewezen. De rechtbank vernietigde deze besluiten in juli 2018 en gaf opdracht tot nieuwe besluitvorming. De Raad van State bevestigde dit in februari 2019. Eisers stelden verweerder in gebreke vanwege het uitblijven van nieuwe besluiten en dienden beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder uiterlijk 26 januari 2019 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Hierdoor zijn de beroepen gegrond en worden dwangsommen vastgesteld over de periode van 13 juni tot 25 juli 2019, in totaal € 2.884,-.
Verweerder verzocht om een langere beslistermijn vanwege de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en de mogelijkheid tot het uitbrengen van een voornemen waarop eisers kunnen reageren. De rechtbank stelt een beslistermijn van zeven weken na uitspraak vast, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, maximaal € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers tot € 256,-. Verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.