ECLI:NL:RBDHA:2019:8691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië
Eiseres, afkomstig uit Eritrea, diende een aanvraag tot asiel in Nederland in, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Italië vanwege structurele tekortkomingen in opvang en medische zorg, met name voor haar minderjarige dochter die specialistische traumabehandeling nodig heeft.
De rechtbank overwoog dat eerdere jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen aanleiding geven om het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië te verwerpen. De door eiseres aangevoerde rapporten en uitspraken boden onvoldoende bewijs voor een reëel risico op schending van fundamentele rechten bij overdracht. Ook de medische situatie van de dochter werd niet voldoende onderbouwd om de overdracht te verhinderen.
De rechtbank concludeerde dat de opvangcapaciteit in Italië voldoende is en dat medische voorzieningen vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de overdracht een reëel en bewezen risico inhoudt voor de gezondheid van haar en haar dochter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Italië.