ECLI:NL:RBDHA:2019:8972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens medische situatie
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat hij vanwege ernstige medische problemen, waaronder suïcidale gedachten en de noodzaak van voortzetting van behandeling, niet naar Italië kon worden overgedragen.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen aanleiding geven om het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië te doorbreken. Het door eiser aangevoerde AIDA-rapport en medische stukken boden onvoldoende bewijs dat de situatie in Italië zodanig ernstig is dat overdracht onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet onder specialistische medische behandeling staat en dat zijn klachten niet direct gerelateerd zijn aan de overdracht aan Italië. De medische voorzieningen in Italië zijn vergelijkbaar met die in andere lidstaten en er is geen aannemelijk gemaakt risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië is toegestaan.