ECLI:NL:RBDHA:2019:9176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering machtiging voorlopig verblijf nareis buiten termijn
Eisers, allen Iraanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun aanvragen voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis buiten de wettelijk voorgeschreven driemaandentermijn hebben afgewezen. De aanvragen waren ingediend nadat de referent, die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel, de termijn van drie maanden na verlening van die vergunning had overschreden.
Eisers voerden aan dat de termijnoverschrijding objectief verschoonbaar was vanwege foutieve informatie van hun gemachtigde en NIDOS, en dat de referent aanvankelijk een pro-forma-aanvraag had ingevuld maar niet ingediend. De rechtbank oordeelde dat het handelen van de gemachtigde en NIDOS aan de vreemdeling wordt toegerekend en dat de referent zelf verantwoordelijk was voor de late indiening, mede doordat hij bewust informatie achterhield.
Verder werd geoordeeld dat verweerder voldoende informatie had verstrekt over de nareisprocedure en alternatieve verblijfsopties. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond was en dat het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen niet slaagt.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.