Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2019 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer [nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 11 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
zekerhebben geïnterfereerd met het vermogen om compleet coherent en consistent te verklaren, over zowel details als hoofdlijnen.
zekerhebben geïnterfereerd met het vermogen om compleet coherent en consistent te verklaren.
zekereen medische oorzaak is aan te wijzen waardoor eiser mogelijk niet volledig kan of heeft kunnen verklaren, is de inhoud van het verslag van gehoor onvoldoende als motivering van het geloofwaardigheidsoordeel van verweerder. Los daarvan blijkt juist uit de verslagen van de gehoren van 5 en 7 juni 2016 dat eiser zelf (onder meer) heeft aangegeven dat hij een vergissing heeft gemaakt ten gevolge van zijn medicatie, dat hij zich door de medicatie niet goed kon concentreren, dat hij door de slaappillen ‘zichzelf niet is’ en dat hij van het epilepsiemedicijn vermoeid en verward raakte. De motivering van verweerder gaat hier ook niet op in, terwijl deze verklaringen juist pleiten voor de juistheid van de constateringen in het iMMO-rapport. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder dit niet afdoende nader heeft gemotiveerd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 5.470,75.