Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2019 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
‘’Van de specifieke zorgkosten zijn geen bewijsstukken en deels ten onrechte opgevoerd door de adviseur’’. Naast de verklaring van eiser dat de belastingconsulent deels ten onrechte zorgkosten heeft opgevoerd, bevat het dossier geen aanwijzing dat de belastingconsulent onderzocht heeft of de zorgkosten, waarvoor klaarblijkelijk geen bewijsstukken zijn daadwerkelijk zijn gemaakt door eiser. Kennelijk heeft de belastingconsulent zonder enig onderzoek daartoe en zonder te beschikken over bescheiden ervoor gekozen in de aangifte IB/PVV 2011 diverse specifieke zorgkosten op te voeren tot de hiervoor weergegeven ronde bedragen. Aldus moet worden geconcludeerd dat de belastingconsulent zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat te weinig belasting zou worden geheven en dat hij die kans bewust heeft aanvaard. Gelet hierop heeft verweerder met betrekking tot de specifieke zorgkosten aannemelijk gemaakt dat het aan de kwade trouw van de belastingconsulent is te wijten dat (aanvankelijk) te weinig belasting is geheven. Aangezien deze kwade trouw aan eiser dient te worden toegerekend, was verweerder, ondanks het ontbreken van een nieuw feit, bevoegd de navorderingsaanslag 2011 op te leggen.