Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer [V-nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 5 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Ook heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Overwegingen
8 november 2018 heeft verklaard dat hij lichamelijk en psychisch gezond is en dat hij geen medicijnen gebruikt.
3 van het EVRM, wellicht een of meer reisvereisten moeten worden gesteld. Daartoe dienen medische stukken te worden opgevraagd, zowel intern als bij eiser. Nu verweerder dat niet heeft gedaan is sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen waarin ook wordt ingegaan op de feitelijke uitzetting.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 december 2018 op de onder rechtsoverweging 9 vermelde wijze;
- bepaalt dat het besluit voor het overige in stand blijft;
- draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024,-.
mr. A. Badermann, griffier.