ECLI:NL:RBDHA:2020:10107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadeloosstelling verhuisschade op grond van artikel 115 AMAR
Eiser was van juli 2013 tot augustus 2019 in de Verenigde Staten geplaatst en liep tijdens zijn verhuizing schade aan zijn inboedel op. Hij claimde deze schade bij het verhuisbedrijf Nedvan, dat een verzekeraar inschakelde en een schadevergoeding uitkeerde. Eiser vond dit bedrag onvoldoende en verzocht verweerder, de staatssecretaris van Defensie, om volledige schadeloosstelling op grond van artikel 115 AMAR Pro. Verweerder wees dit verzoek af omdat de afhandeling tussen eiser en het verhuisbedrijf/verzekeraar behoort te plaatsvinden.
Eiser voerde aan dat het verhuisbedrijf zonder toestemming de container tussentijds had opgeslagen, waardoor de transportverzekering verviel en hij geen rechtsmiddelen tegen het verhuisbedrijf kon nemen. De rechtbank oordeelde dat alleen de schade van de eerste verhuizing binnen het geding valt en dat verweerder de discretionaire bevoegdheid had om het verzoek af te wijzen. De rechtbank stelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat geen bijzondere omstandigheden voor schadeloosstelling aanwezig waren.
De rechtbank benadrukte dat eiser zelf de verzekering had afgesloten en op de hoogte was van de voorwaarden. De schadevergoeding was conform deze voorwaarden vastgesteld en eiser had onvoldoende gemotiveerd waarom hij het verhuisbedrijf niet in rechte kon aanspreken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadeloosstelling wordt ongegrond verklaard.