ECLI:NL:CRVB:2015:2438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.T. Boerlage
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheidsstelling en schadeloosstelling na trainingsongeval militair
Appellant, een militair, liep op 25 maart 2004 tijdens een sportles een trainingsongeval op waarbij hij letsel aan nek en hoofd opliep. Hij stelde de minister van Defensie aansprakelijk voor de schade en verzocht om schadeloosstelling op grond van artikel 115 van Pro het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
De minister wees het verzoek af wegens verjaring, omdat de aansprakelijkstelling pas in december 2010 werd ingediend, terwijl appellant al in 2004 bekend was met zijn letsel en de oorzaak daarvan. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de verjaring pas later was begonnen en dat de minister niet had beslist op zijn verzoek om schadeloosstelling op grond van artikel 115 AMAR Pro. De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn correct was toegepast en dat het besluit van 6 juli 2011 geen impliciete afwijzing van artikel 115 bevatte Pro. De Raad bevestigde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die schadeloosstelling rechtvaardigen en bekrachtigde het bestreden besluit.
De Raad veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.