ECLI:NL:CRVB:2002:AE8899
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit Staatssecretaris Defensie inzake schadevergoeding militair
Appellante, korporaal der eerste klasse bij de Koninklijke Landmacht, liep tijdens een rij-instructie een ongeval met een DAF vrachtauto waarbij zij lichamelijk letsel opliep. Zij vorderde schadevergoeding van de Staatssecretaris van Defensie, die dit weigerde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de Staat aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 en Pro subsidiair artikel 6:170 BW Pro. De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijk aansprakelijkheidsrecht voor ambtenaren niet rechtstreeks via het burgerlijk recht wordt bepaald, maar dat de ambtenaar wel aanspraak kan maken op vergoeding van schade geleden in de uitoefening van werkzaamheden, tenzij het bestuursorgaan kan aantonen dat het zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar.
De Raad oordeelde dat de Staatssecretaris niet tekort was geschoten in zijn zorgplicht en dat de fout van de leerling-bestuurder niet verwijtbaar was. Desondanks achtte de Raad toepassing van artikel 115 AMAR Pro billijk, omdat appellante schade leed door een ernstig verkeersongeval zonder eigen schuld. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit.
De uitspraak benadrukt de bijzondere positie van militairen in schadevergoedingszaken en de toepassing van specifieke regelgeving zoals het AMAR, waarbij billijkheid een belangrijke rol speelt bij het toekennen van schadeloosstelling.
Uitkomst: Het besluit van de Staatssecretaris van Defensie wordt vernietigd en Defensie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit over schadevergoeding.