ECLI:NL:RBDHA:2020:10129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring wegens onvoldoende aantonen onoplosbare onderhoudsproblemen woning
Eiseres woont sinds 2006 met haar gezin in een woning in Den Haag en heeft in 2018 een aanvraag gedaan voor een voorrangsverklaring vanwege onderhoudsproblemen zoals vocht, schimmel en ratten. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de problemen niet met de verhuurder konden worden opgelost. Na een eerdere uitspraak waarin het bezwaar deels werd gegrond verklaard wegens onvoldoende onderzoek, heeft verweerder een nieuw besluit genomen en het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat verweerder weliswaar nader onderzoek heeft gedaan en dat meldingen van eiseres deels zijn opgepakt door de verhuurder, maar dat ook sprake is van aanpassingen door eiseres zelf en dat niet alle problemen volledig zijn verholpen. De rechtbank stelt dat verweerder op goede gronden heeft geoordeeld dat de woonproblemen geen reden zijn voor een voorrangsverklaring, mede omdat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij de problemen niet met de verhuurder kan oplossen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Dutrieux op 9 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.