ECLI:NL:RBDHA:2020:10325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstand ondanks onjuist UWV-advies
Eiser ontvangt sinds juli 2018 een IVA-uitkering en vraagt bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf mei 2018. Verweerder kent bijstand toe vanaf de datum van aanvraag in juni 2019 en verklaart bezwaar ongegrond. Eiser stelt dat onjuist advies van het UWV en zijn gezondheidstoestand bijzondere omstandigheden vormen voor een eerdere ingangsdatum.
De rechtbank stelt vast dat er geen eerdere aanvraag of melding is gedaan die als bijstandsaanvraag kan worden aangemerkt. Aanvragen voor andere sociale voorzieningen zijn niet gelijkgesteld aan een bijstandsaanvraag. Volgens artikel 44 van Pro de Participatiewet wordt bijstand toegekend vanaf de dag van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat het onjuiste advies van het UWV niet kan worden toegerekend aan verweerder en geen bijzondere omstandigheid vormt. Ook de medische situatie van eiser leidt niet tot een wezenlijke belemmering voor tijdige aanvraag. Daarom is de ingangsdatum van 17 juni 2019 terecht vastgesteld en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de ingangsdatum van de bijstand op 17 juni 2019.