ECLI:NL:RBDHA:2020:10354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 17 september 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1956, die lijdt aan een bipolaire I stoornis. Het verzoek betreft een aansluitende machtiging, aansluitend op een eerdere machtiging die geldig was tot 11 oktober 2020.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene telefonisch gehoord, evenals zijn casemanager en behandelaar, vanwege COVID-19 maatregelen. Betrokkene gaf aan het goed te maken en waarde te hechten aan ambulante zorg. De casemanager en behandelaar benadrukten het belang van verplichte zorg om in te grijpen bij mogelijke manische episoden en het voorkomen van opname, gezien de risicofactoren en eerdere zorgervaringen.
De advocaat voerde verweer tegen opname in een accommodatie en de daarbij horende beperkende maatregelen, omdat betrokkene stabiel functioneert in een ambulante setting. De rechtbank volgde dit verweer en wees opname en de daarmee samenhangende maatregelen af. Wel achtte de rechtbank het noodzakelijk om verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening, medische controles en andere medische handelingen toe te staan om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 17 september 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor verplichte zorg zonder opname in een accommodatie.